where?



here



/























(modes)


Speciaal zout

Op een plank in mijn kamer staat een brok zout. In het zou zit een lamp die het van binnenuit verwarmt. 'Gewoon een lamp', zou je het kunnen noemen. Hij is zwaar en zou kapot vallen als je hem omver duwt. Er is twee keer aan gelikt. Het zout, zo vertelde mijn moeder, zou zich verspreiden in het vertrek met kleine hoeveelheden zo licht als lucht. Dat zou dan goed zijn voor je longen, daar heb ik weinig van gemerkt. Wat ik wel zeker weet, is dat mijn denkwereld nu beter wordt behouden. Gedachten conserveren namelijk in een zout klimaat. Het werkt goed tegen het verderf van het denken, wandel maar eens een lang eind langs de zeekant.


Hoop 

Je moet eerst schrijven, als je wil schrijven over het niét kunnen schrijven.


Verjaardag Portret

Nog wat geconserveerd door de nacht, zit Maya deze ochtend al vroeg in de keuken. De krant hangt uitgevouwen over haar schoot. Een van de vier stoelen is bij de tafel weg getrokken en staat nu geankerd aan het raam. Daar zit ze. Ze lijkt in gesprek zoals haar gezicht wijs naar voren knikt -richting buiten. Het haar dat langs het gezicht hangt, plakt nog nat tegen de huid. De slierten leiden het water in banen tot aan de kin. Maya zit onbeweeglijk stil, daarnet las ze in de krant: ‘Op zeven april komt de zon om drie-over-zeven in de ochtend op en gaat hij om twee-voor-half-negen onder in de avond. De zon staat dertien uur en vierentwintig minuten boven de horizon. De astronomische ochtendschemering begint om een-voor-vijf en om twee-over-half-elf in de avond is het volledig donker.’ Als twee drogende schaaltjes in de zon, liggen haar handen op het papier. De vlinder dunne krant geeft weinig weerstand; letters komen los te vloeien in het vocht. Op de achtergrond van dit portret horen we dat-wat-je hoort als je bloemen ziet groeien. Een warme gloed hangt voor haar zicht, een-die-je vindt wanneer je met gesloten ogen kijkt naar de brandende zon. Onzichtbaar voor ons is ze beweeglijk van binnen, zoals zuurstof danst boven een open vuur. Aangenaam, droogt nog een dag op in de zon.


Attempt to understand the second gap

Words are very different from things and things are very different from words. Though, it is generally through words that we relate to things. Sometimes, yet often enough, it happens that a thing cannot be reached with words, therefore no bridge may be built and those things remain unheard. It is important to note: not heard, does not mean that the thing does not exist. Recently, I have observed a second gap and it is quite similar to the one we can measure between words and things. This gap falls in between our inner life and the outer world. It is not only a comparable gap in its volume and its width, but it has a similar effect and thus behaves in even ways. When you ponder on a word for a while you will notice that it floats around. Like an aura of a familiar perfume it seduces our intellect into analyzing and to clarifying the thing in front of us. Similarly, we can see how our inner life folds, like a translucent paper, around the outside world. Though this paper is thin, it is saturated by variants of our pleasures and pains. Yet, like those unheard things, some parts of the outside world will remain un reached, and can not be wrapped and contained. Those parts will escape from our translucent paper-blanket and not suffocate in our inner folds. Such examples could be: the taste of air of every breath you take during the day; or even the silent support of the back of your chair you are maybe sitting on.


Oefen alleen

Kijk, ik speel de hoofdrol in mijn leven, zo speel jij ook de hoofdrol in jouw leven. We spelen allemaal hoofdrollen. De mensheid bestaat uit hoofdrollen. Gister sprak ik met een vriendin, toen ik haar hoorde spreken, dacht ik, zij heeft een bijrol in nota bene haar eigen leven. Tijdens al haar ondernemingen is er iemand bij haar, niet eens zozeer fysiek maar meer in haar hoofd. Doordat deze persoon altijd aanwezig is; wanneer ze een keramiek bord maakt; wanneer ze eten kookt of door haar kasten rommelt, is ze geen moment alleen. Het is juist op die momenten als we alleen zijn, dat we onze hoofdrollen oefen. Op eenzelfde manier gebeurt dit ook met moeders, die zijn ook nooit echt meer alleen.


Wetenschappelijk

Af en toe dan gaat er iets vanzelf, daar moet je in de eerste plaats wel veel voor doen. Je zou eerst moeten accepteren dat forceren een slecht resultaat geeft. Nu ben ik dit, denk ik, al aan het forceren. Nogmaals: heel af en toe dan gaat er iets vanzelf, het gebeurt zelden omdat je het meestal niet zal toestaan. Dan heb je het te druk, te druk om het de tijd te geven, om het te laten ontstaan. Ontstaan gaat altijd langzaam, het werkt met het ritme van de zon. Dit is niet alleen voor planten zo, maar ook voor ons. Ik weet dat het niet makkelijk is, maar neem een voorbeeld aan die zontijd.


Gelukkige vinder

Ik zit op dit moment, tegen de avond, half in de zon en mijn benen worden extra warm door mijn zwarte broek. Voor mij ligt een half lege ruimte die zich ineens voordoet als de dag. Ik zit in dat hoekje van de dag waar het licht perfect samenvalt. Nu, zie ik hoe belangrijk de ruimte is als fysieke plek om je gedachtes te kunnen zien liggen. Zoals spullen die je laat slingeren door je kamer, om ze later weer te vinden en verplaatsen. Nu, enkele minuten later: is de zon weg, zijn mijn benen koud, is het donker en zijn de gedachten weer kwijt. Nu is het wachten op morgen.


‘Kanttekening: 28 april’

Ze neemt het papier in haar hand, het voelt ruw, Chaya duwt haar duim stevig in het vel en voelt hoe het vet van haar hand het papier soepel maakt. Ze laat haar vingers meerdere keren over de scherpe rand van het papier glijden en probeert zich de datum van die dag te herinneren. Ze legt het papier neer en begint te schrijven: ‘Kanttekeningen: 28 april’. Chaya kijkt naar haar hand, geen beweging. Statisch en stilzwijgend gaat ze op in het meubilair. Het moet vanzelf gaan, zegt ze, een soort van externe kracht, iet boven haarzelf. Profetische woorden moeten meestal ingefluisterd worden. Ze zit aan de tafel, tegen de verwarming aan staat, onder de tafel zijn Chaya’s tenen om de hete pijpen heen gekruld. De kamer wordt automatisch verwarmd waardoor het water regelmatig naar binnen stroomt, als bloed door de aders van de kamer. De warmte blijft onopgemerkt voor haar ogen, maar is voelbaar wanneer het hout begint uit te droogt. Het zorgt er dan voor dat de kamer microscopisch krimpt bij elke poging tot verhitting, kleine gaatjes en scheuren in de vloeren en deuren sluiten als een genaaide wond. Er is een duidelijke begrenzing tussen daarbuiten en hier binnen. Het huis is als een afgeknepen arm of been dat met hartkloppingen de tijd telt, wachtend op verse toevoer. Even schrikt ze, wanneer ze een droge plooi voelt in haar gezicht. De droogte begint nu te trekken aan het vocht van haar gezicht, waardoor haar frons stijf wordt en voelbaar van binnenuit. Ze wendt haar blik af van de wachtende dag. Ze kijkt zijwaarts naar een rij aan schone was boven op de radiator, wat als ze nou haar gezicht even dept in de natte stof. Geduldig blijft haar hand in verwachting en leunt bovenop het papier. Dan neemt Chaya, in haar linkerhand een kopje koffie, ze aarzelt even alsof iemand anders haar gaat vertellen wanneer ze een slok gaat nemen -het zwarte glitter glijdt naar binnen. Ze voelt de warmte verplaatsen en toch valt het bitter onverwachts. Is het de koffie of is het zij zelf die haar onwel maakt? Vandaag blijft ze na misschien toch maar weer binnen. Chaya duwt tegen het vel papier en leunt naar achter in haar stoel, pakt het boek op dat naast haar ligt en leest daaruit de laatste zien: ‘Het ziet er naar uit dat het gaat regenen vandaag’.


Biechten

Soms dan moet ik twee keer wakker worden, twee keer wakker worden op een dag. Dan ben ik tussendoor in slaap gevallen. Wakker zijn is niet makkelijk. Niet met zoveel stilte om je heen. Het maakt niet uit, het kost wat tijd, maar het maak niet uit dat twee keer wakker worden. Het is een kostbaar moment wanneer je wakker wordt, die enkele seconden voordat de dag je ontneemt en je bed je vergeet. De enkele seconden waarin ik alleen ben met de zwarte vlekken op mijn netvlies, die ik volg op het plafond. Dit is geen advies maar een schuldbekentenis naar mijzelf.